bijligger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand waarmee men het bed deelt; echtgenoot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijliggers | meervoud |
| bijliggertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijliggertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van bijliggen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bijligger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijliggers | meervoud | bijligger |
| bijliggertje | verkleinwoord | bijligger |
| bijliggertjes | verkleinwoord meervoud | bijligger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijligger zijn vastgelegd.