bijlegger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zorgt dat bij het jeu-de-boules spelen de eigen ballen zo dicht mogelijk bij de but liggen
- iemand die probeert een ruzie te sussen
- boekenlegger
- controle persoon bij een geuridentificatieproef
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijleggers | meervoud |
| bijleggertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijleggertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van bijleggen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bijlegger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijleggers | meervoud | bijlegger |
| bijleggertje | verkleinwoord | bijlegger |
| bijleggertjes | verkleinwoord meervoud | bijlegger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijlegger zijn vastgelegd.