biest
zelfstandig naamwoord, werkwoord /bist/Betekenis
- de verdikte melk die afgegeven wordt door een koe die recentelijk gekalfd heeft
- koe; een vrouwelijk rund
Hoe spreek je biest uit?
/bist/
Biest bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| s | sok |
| t | tak |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van biezen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van biezen
- gebiedende wijs meervoud van biezen
Vervoeging van biest
biesthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘eerste melk na het kalven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351.