Naar de inhoud

bezweren

met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen

bezweren

werkwoord

Betekenis

  1. met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen
  2. (overdrachtelijk) een dreiging onder controle weten te brengen
  3. heel sterk beloven

werkwoord

  1. een dreiging onder controle weten te brengen transitive

Vervoeging van bezweren

bezwerenhele werkwoord — bezwoerverleden tijd enkelvoud — bezwoerenverleden tijd meervoud — bezworenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezweer bezwoer
jij bezweert bezwoer
hij, zij, het bezweert bezwoer
wij bezweren bezwoeren
jullie bezweren bezwoeren
zij bezweren bezwoeren
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezweer gebiedende wijs
bezwere aanvoegende wijs
bezwerend onvoltooid, deelwoord
bezwoer verleden tijd
bezworen verleden tijd, deelwoord
bezworen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezworen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezworen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezworen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezworen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezworen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezworen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezworen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezworen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezworen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is bezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezworen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezworen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezworen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezworen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezworen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezworen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezweren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bezweren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bezweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bezweren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezworen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zweren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bezweren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezweer gebiedende wijs bezweren
bezweert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezweren
bezwere aanvoegende wijs bezweren
bezwoer verleden tijd bezweren
bezwoeren aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezweren
bezworen voltooid deelwoord bezweren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezweren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bezweren

Wat betekent bezweren?
Bezweren is een werkwoord. Het woord betekent: met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bezweren?
Je vervoegt bezweren als volgt: de tegenwoordige tijd is bezweer, de verleden tijd is bezwoer en het voltooid deelwoord is bezworen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezweren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezweren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezweren in het kort

bezweren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bezweren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bezweren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bezweren: met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen
Deel bezweren — standaardnederlands.nl