betreffen
werkwoordBetekenis
- gaan over, als onderwerp hebben
- invloed hebben op, van belang zijn voor, aangaan
- ziek maken
Vervoeging van betreffen
betreffenhele werkwoord — betrofverleden tijd enkelvoud — betroffenverleden tijd meervoud — betroffenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betref | betrof |
| jij | betreft | betrof |
| hij, zij, het | betreft | betrof |
| wij | betreffen | betroffen |
| jullie | betreffen | betroffen |
| zij | betreffen | betroffen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| betref | gebiedende wijs |
| betreffe | aanvoegende wijs |
| betreffend | onvoltooid, deelwoord |
| betrof | verleden tijd |
| betroffen | verleden tijd, deelwoord |
| betroffen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betroffen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| betroffen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betroffen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betroffen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betroffen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betroffen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| betroffen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betroffen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betroffen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| er is betroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was betroffen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd betroffen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt betroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal betroffen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal betroffen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou betroffen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou betroffen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had betroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had betroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden betroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden betroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te betreffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben betroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen betreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren betroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was betroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was betroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was betroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt betroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt betroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt betroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt betroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen betreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult betreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult betroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van treffen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van betreffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betref | gebiedende wijs | betreffen |
| betreffe | aanvoegende wijs | betreffen |
| betreft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | betreffen |
| betrof | verleden tijd | betreffen |
| betroffen | voltooid deelwoord | betreffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betreffen zijn vastgelegd.