Naar de inhoud

betreffen

gaan over, als onderwerp hebben

betreffen

werkwoord

Betekenis

  1. gaan over, als onderwerp hebben
  2. invloed hebben op, van belang zijn voor, aangaan
  3. ziek maken

Vervoeging van betreffen

betreffenhele werkwoord — betrofverleden tijd enkelvoud — betroffenverleden tijd meervoud — betroffenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betref betrof
jij betreft betrof
hij, zij, het betreft betrof
wij betreffen betroffen
jullie betreffen betroffen
zij betreffen betroffen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betref gebiedende wijs
betreffe aanvoegende wijs
betreffend onvoltooid, deelwoord
betrof verleden tijd
betroffen verleden tijd, deelwoord
betroffen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betroffen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betroffen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betroffen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betroffen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betroffen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betroffen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betroffen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betroffen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betroffen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is betroffen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betroffen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betroffen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betroffen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betroffen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betroffen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betroffen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betroffen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betroffen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betroffen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betroffen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betroffen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betroffen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betreffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betroffen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betreffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betroffen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betroffen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betroffen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betroffen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betroffen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betroffen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betroffen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betroffen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betreffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betroffen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betroffen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betreffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult betreffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult betroffen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betroffen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betroffen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van treffen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betreffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betref gebiedende wijs betreffen
betreffe aanvoegende wijs betreffen
betreft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betreffen
betrof verleden tijd betreffen
betroffen voltooid deelwoord betreffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betreffen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betreffen

Wat is de betekenis van betreffen?
Betreffen is een werkwoord. De betekenis is: gaan over, als onderwerp hebben. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik betreffen?
Zo vervoeg je betreffen zo: de tegenwoordige tijd is betref, de verleden tijd is betrof en het voltooid deelwoord is betroffen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betreffen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betreffen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betreffen in het kort

betreffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van betreffen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort betreffen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

betreffen: gaan over, als onderwerp hebben
Deel betreffen — standaardnederlands.nl