Naar de inhoud

beschamen

verlegen maken

beschamen

werkwoord

Betekenis

  1. verlegen maken
  2. teleurstellen

Vervoeging van beschamen

beschamenhele werkwoord — beschaamdeverleden tijd enkelvoud — beschaamdenverleden tijd meervoud — beschaamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beschaam beschaamde
jij beschaamt beschaamde
hij, zij, het beschaamt beschaamde
wij beschamen beschaamden
jullie beschamen beschaamden
zij beschamen beschaamden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beschaam gebiedende wijs
beschaamd verleden tijd, deelwoord
beschaamd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschaamd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beschaamd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschaamd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschaamd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschaamd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschaamd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beschaamd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschaamd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschaamd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschaamde verleden tijd
beschame aanvoegende wijs
beschamend onvoltooid, deelwoord
er is beschaamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beschaamd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beschaamd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beschaamd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beschaamd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beschaamd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beschaamd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beschaamd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beschaamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beschaamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beschaamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beschaamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschaamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beschamen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beschaamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beschamen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschaamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beschaamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beschaamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beschaamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beschaamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beschaamd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beschaamd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beschaamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beschaamd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschaamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beschamen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beschamen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beschaamd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschaamd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschaamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beschamen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van schamen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beschamen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beschaam gebiedende wijs beschamen
beschaamden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beschamen
beschaamt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beschamen
beschame aanvoegende wijs beschamen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschamen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beschamen

Wat betekent beschamen?
Beschamen is een werkwoord. Het woord betekent: verlegen maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beschamen?
Je vervoegt beschamen als volgt: de tegenwoordige tijd is beschaam, de verleden tijd is beschaamde en het voltooid deelwoord is beschaamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beschamen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beschamen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beschamen in het kort

beschamen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beschamen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beschamen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beschamen: verlegen maken
Deel beschamen — standaardnederlands.nl