bemiddelen
werkwoordBetekenis
- trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
- proberen vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen
- iemand door bemiddeling aan een functie helpen
Vervoeging van bemiddelen
bemiddelenhele werkwoord — bemiddeldeverleden tijd enkelvoud — bemiddeldenverleden tijd meervoud — bemiddeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemiddel | bemiddelde |
| jij | bemiddelt | bemiddelde |
| hij, zij, het | bemiddelt | bemiddelde |
| wij | bemiddelen | bemiddelden |
| jullie | bemiddelen | bemiddelden |
| zij | bemiddelen | bemiddelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bemiddel | gebiedende wijs |
| bemiddeld | verleden tijd, deelwoord |
| bemiddeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemiddeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemiddelde | verleden tijd |
| bemiddele | aanvoegende wijs |
| bemiddelend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemiddeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemiddeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemiddeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemiddeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemiddeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemiddeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemiddeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemiddeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemiddeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemiddelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemiddeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemiddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemiddeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemiddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemiddeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemiddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van middelen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bemiddelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemiddel | gebiedende wijs | bemiddelen |
| bemiddelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemiddelen |
| bemiddele | aanvoegende wijs | bemiddelen |
| bemiddelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bemiddelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemiddelen zijn vastgelegd.