Naar de inhoud

bemiddelen

trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen

bemiddelen

werkwoord

Betekenis

  1. trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
  2. proberen vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen
  3. iemand door bemiddeling aan een functie helpen

Vervoeging van bemiddelen

bemiddelenhele werkwoord — bemiddeldeverleden tijd enkelvoud — bemiddeldenverleden tijd meervoud — bemiddeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bemiddel bemiddelde
jij bemiddelt bemiddelde
hij, zij, het bemiddelt bemiddelde
wij bemiddelen bemiddelden
jullie bemiddelen bemiddelden
zij bemiddelen bemiddelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bemiddel gebiedende wijs
bemiddeld verleden tijd, deelwoord
bemiddeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemiddeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemiddelde verleden tijd
bemiddele aanvoegende wijs
bemiddelend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had bemiddeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bemiddeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bemiddeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bemiddeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bemiddeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bemiddeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bemiddeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemiddeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemiddeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bemiddelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bemiddeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bemiddelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bemiddeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemiddelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bemiddeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemiddelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van middelen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bemiddelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bemiddel gebiedende wijs bemiddelen
bemiddelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bemiddelen
bemiddele aanvoegende wijs bemiddelen
bemiddelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bemiddelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemiddelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bemiddelen

Wat is de betekenis van bemiddelen?
Bemiddelen is een werkwoord. De betekenis is: trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bemiddelen?
Zo vervoeg je bemiddelen zo: de tegenwoordige tijd is bemiddel, de verleden tijd is bemiddelde en het voltooid deelwoord is bemiddeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bemiddelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. M 3
  4. I 1
  5. D 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bemiddelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. M 3
  4. I 2
  5. D 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bemiddelen in het kort

bemiddelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bemiddelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bemiddelen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bemiddelen: trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
Deel bemiddelen — standaardnederlands.nl