bankafschrift
zelfstandig naamwoord 'bɑŋkɑfsxrɪftBetekenis
- een lijst met gemaakte betalingen en afschrijvingen van een bepaalde tijd
Hoe spreek je bankafschrift uit?
/ˈbɑŋkɑfsxrɪft/
Bankafschrift bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| f | fiets |
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bankafschriften | meervoud |
| bankafschriftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bankafschriftjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bank en afschrift
Woordfamilie van bankafschrift
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bankafschriften | meervoud | bankafschrift |
| bankafschriftje | verkleinwoord | bankafschrift |
| bankafschriftjes | verkleinwoord meervoud | bankafschrift |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bankafschrift zijn vastgelegd.