bagger
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- opgebaggerd sediment, natte modder
- iets slechts, iets waardeloos
- tropische zuigvis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baggers | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baggeren
- gebiedende wijs van baggeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baggeren
Vervoeging van bagger
baggerhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘slijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1526
Woordfamilie van bagger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baggers | meervoud | bagger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bagger zijn vastgelegd.