autodak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bovenkant van een auto die bij een cabriolet opklapbaar is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autodaken | meervoud |
| autodakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autodakjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto zn en dak zn
Woordfamilie van autodak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autodaken | meervoud | autodak |
| autodakje | verkleinwoord | autodak |
| autodakjes | verkleinwoord meervoud | autodak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autodak zijn vastgelegd.