associé
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vennoot, compagnon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| associeetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| associeetjes | verkleinwoord, meervoud |
| associés | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘compagnon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1816
Woordfamilie van associé
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| associeetje | verkleinwoord | associé |
| associeetjes | verkleinwoord meervoud | associé |
| associés | meervoud | associé |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van associé zijn vastgelegd.