assist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- beslissende voorzet bij een balsport m.n. bij voetballen waardoor een andere speler kan scoren
zelfstandig naamwoord — masculine
- beslissende voorzet bij een balsport, m.n. bij voetballen waardoor een andere speler kan scoren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| assistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| assistjes | verkleinwoord, meervoud |
| assists | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘beslissende voorzet bij balsport’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van assist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| assistje | verkleinwoord | assist |
| assistjes | verkleinwoord meervoud | assist |
| assists | meervoud | assist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assist zijn vastgelegd.