armmeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- manager van een armhuis (maar niet zo goed betaald)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| armmeesters | meervoud |
| armmeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| armmeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van arm en meester
Woordfamilie van armmeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| armmeesters | meervoud | armmeester |
| armmeestertje | verkleinwoord | armmeester |
| armmeestertjes | verkleinwoord meervoud | armmeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van armmeester zijn vastgelegd.