archipel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een eilandenzee
- een eilandengroep
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| archipelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| archipelletjes | verkleinwoord, meervoud |
| archipels | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eilandengroep’ voor het eerst aangetroffen in 1728
Woordfamilie van archipel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| archipelletje | verkleinwoord | archipel |
| archipelletjes | verkleinwoord meervoud | archipel |
| archipels | meervoud | archipel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van archipel zijn vastgelegd.