apotheose
zelfstandig naamwoord ˌapoteˈjozəBetekenis
- slotstuk van een opvoering vertoond met veel pracht en praal
- verheffing van een sterveling tot het niveau van een god, vergoddelijking
Hoe spreek je apotheose uit?
/ˌapoteˈjozə/
Apotheose bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| e | veel |
| j | ja |
| z | zon |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apotheosen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vergoddelijking’ voor het eerst aangetroffen in 1769
Woordfamilie van apotheose
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apotheosen | meervoud | apotheose |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apotheose zijn vastgelegd.