antenne-inrichting
zelfstandig naamwoord ɑnˈtɛnəˌʔɪnrɪxtɪŋBetekenis
- installatie om communicatiesignalen voor radio en tv uit de ether op te vangen en via bekabeling naar afspeelaparatuur te verspreiden
Hoe spreek je antenne-inrichting uit?
/ɑnˈtɛnəˌɪnrɪxtɪŋ/
Antenne-inrichting bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| x | acht |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antenne-inrichtingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van antenne zn en inrichting zn , gespeld met een koppelteken volgens spellingregel 7.A
Woordfamilie van antenne-inrichting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antenne-inrichtingen | meervoud | antenne-inrichting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antenne-inrichting zijn vastgelegd.