analyseren
werkwoordBetekenis
- gedetailleerd en nauwkeurig bekijken
- behandelen met de methode van de psychoanalyse
Vervoeging van analyseren
analyserenhele werkwoord — analyseerdeverleden tijd enkelvoud — analyseerdenverleden tijd meervoud — geanalyseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | analyseer | analyseerde |
| jij | analyseert | analyseerde |
| hij, zij, het | analyseert | analyseerde |
| wij | analyseren | analyseerden |
| jullie | analyseren | analyseerden |
| zij | analyseren | analyseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| analyseer | gebiedende wijs |
| analyseerde | verleden tijd |
| analysere | aanvoegende wijs |
| analyserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geanalyseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geanalyseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geanalyseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geanalyseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geanalyseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geanalyseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te analyseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geanalyseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen analyseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geanalyseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen analyseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult analyseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geanalyseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘een analyse toepassen op’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Woordfamilie van analyseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| analyseer | gebiedende wijs | analyseren |
| analyseerde | verleden tijd | analyseren |
| analyseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | analyseren |
| analyseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | analyseren |
| analysere | aanvoegende wijs | analyseren |
| geanalyseerd | voltooid deelwoord | analyseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van analyseren zijn vastgelegd.