amberboom
zelfstandig naamwoord ˈɑmbərbomBetekenis
- Liquidambar styraciflua, een loofboom uit de familie Altingiaceae, van oorsprong uit het oosten van Noord-Amerika
Hoe spreek je amberboom uit?
/ˈɑmbərbom/
Amberboom bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor de Amerikaanse amberboom Liquidambar styraciflua, een loofboom uit de familie Altingiaceae, van oorsprong uit het oosten van Noord-Amerika
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| amberbomen | meervoud |
| amberboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| amberboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van amber zn en boom zn
Woordfamilie van amberboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amberbomen | meervoud | amberboom |
| amberboompje | verkleinwoord | amberboom |
| amberboompjes | verkleinwoord meervoud | amberboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amberboom zijn vastgelegd.