amber
zelfstandig naamwoord ˈɑmbərBetekenis
- een hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen (het hoofdvoedsel van de potvis).
- onjuist gebruikte naam voor barnsteen, omdat dit de Engelse naam voor barnsteen is, een fossiel hars van bomen met geel-oranje kleur.
- kleur tussen geel en oranje in, die oorspronkelijk van barnsteen komt
- barnsteen
- genitief meervoud van ambra.
amber in een zin
- Het glas kleurde amber in het licht van de lamp.
- In het stuk amber zat een klein insect gevangen.
- De ketting was gemaakt van kralen amber.
Hoe spreek je amber uit?
/ˈɑmbər/
Amber bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen die het hoofdvoedsel van de potvis vormen
- fossiel hars van bomen met geel-oranje kleur
- kleur tussen geel en oranje in
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambers | meervoud |
| ambertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ambertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands ammer / ammer via Frans ambre van Arabisch عَنْبَر zn (anbar) "wasachtig grijs product afkomstig van walvissen", in de betekenis van ‘barnsteen, harssoort’ voor het eerst aangetroffen in 1287 **[2] waarschijnlijk omdat dit net als het product afkomstig van walvissen vaak aan de kust werd gevonden **[3] van Engels amber dat verwijst naar de kleur van barnsteen
Woordfamilie van amber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambers | meervoud | amber |
| ambertje | verkleinwoord | amber |
| ambertjes | verkleinwoord meervoud | amber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amber zijn vastgelegd.