afzegger
zelfstandig naamwoord ˈɑfsɛɣərBetekenis
- iets of iemand die aangeeft, ondanks een eerdere uitnodiging of toezegging, niet op een evenement of bijeenkomst aanwezig te zijn
Hoe spreek je afzegger uit?
/ˈɑfsɛxər/
Afzegger bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afzeggers | meervoud |
| afzeggertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afzeggertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afzeggen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afzegger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afzeggers | meervoud | afzegger |
| afzeggertje | verkleinwoord | afzegger |
| afzeggertjes | verkleinwoord meervoud | afzegger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afzegger zijn vastgelegd.