Naar de inhoud

afwijzen

een negatieve beslissing ergens over nemen

afwijzen

werkwoord

Betekenis

  1. een negatieve beslissing ergens over nemen

Vervoeging van afwijzen

afwijzenhele werkwoord — wees afverleden tijd enkelvoud — wezen afverleden tijd meervoud — afgewezenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wijs af wees af
jij wijst af wees af
hij, zij, het wijst af wees af
wij wijzen af wezen af
jullie wijzen af wezen af
zij wijzen af wezen af
Alle 128 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te wijzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zullen wijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgewezen verleden tijd, deelwoord
afgewezen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgewezen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgewezen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewezen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewezen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewezen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgewezen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgewezen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgewezen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgewezen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afwijzend onvoltooid, deelwoord
ben afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgewezen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgewezen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgewezen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgewezen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgewezen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgewezen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgewezen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgewezen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgewezen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgewezen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgewezen voltooid, verleden tijd, derde persoon
wees af verleden tijd
werd afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgewezen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wijs af gebiedende wijs
wijze af aanvoegende wijs
word afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgewezen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgewezen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt afgewezen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgewezen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afwijzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult afgewezen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afgewezen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afgewezen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afwijzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en wijzen ww

Woordfamilie van afwijzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgewezen voltooid deelwoord afwijzen
afwees with-subordinate-clause afwijzen
afwijs with-subordinate-clause afwijzen
afwijst with-subordinate-clause afwijzen
afwijze with-subordinate-clause afwijzen
wees af verleden tijd afwijzen
wezen af aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afwijzen
wijs af gebiedende wijs afwijzen
wijst af aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afwijzen
wijze af aanvoegende wijs afwijzen
wijzen af aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afwijzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afwijzen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afwijzen

Wat is de betekenis van afwijzen?
Afwijzen is een werkwoord. De betekenis is: een negatieve beslissing ergens over nemen.
Hoe vervoeg ik afwijzen?
Zo vervoeg je afwijzen zo: de tegenwoordige tijd is wijs af, de verleden tijd is wees af en het voltooid deelwoord is afgewezen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afwijzen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. I 1
  5. J 4
  6. Z 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afwijzen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. I 2
  5. J 4
  6. Z 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 23 zonder bonus
  10. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afwijzen in het kort

afwijzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afwijzen staan er 79 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afwijzen bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afwijzen: een negatieve beslissing ergens over nemen
Deel afwijzen — standaardnederlands.nl