afwerker
zelfstandig naamwoord ˈɑfwɛrkərBetekenis
- iemand die de laatste essentiële handeling verricht die nodig is om een klus af te voltooien
- iemand die de laatste kleine werkzaamheden verricht om een product netjes af te maken
Hoe spreek je afwerker uit?
/ˈɑfwɛrkər/
Afwerker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afwerkers | meervoud |
| afwerkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afwerkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afwerken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afwerker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afwerkers | meervoud | afwerker |
| afwerkertje | verkleinwoord | afwerker |
| afwerkertjes | verkleinwoord meervoud | afwerker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afwerker zijn vastgelegd.