afwasser
zelfstandig naamwoord ˈɑfwɑsərBetekenis
- een apparaat om automatisch de afwas te doen
- een persoon die instaat voor de afwas in een restaurant
Hoe spreek je afwasser uit?
/ˈɑfwɑsər/
Afwasser bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| w | quiz |
| s | sok |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- apparaat om automatisch de vaat te reinigen
- iemand die in een restaurant de vaat reinigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afwassers | meervoud |
| afwassertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afwassertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afwassen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afwasser
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afwassers | meervoud | afwasser |
| afwassertje | verkleinwoord | afwasser |
| afwassertjes | verkleinwoord meervoud | afwasser |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afwasser zijn vastgelegd.