afstraffing
zelfstandig naamwoord ˈɑfstrɑfɪŋBetekenis
- een grote nederlaag ondergaan
- straf die iemand ondergaat na iets verkeerds te hebben gedaan
Hoe spreek je afstraffing uit?
/ˈɑfstrɑfɪŋ/
Afstraffing bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afstraffingen | meervoud |
| afstraffinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afstraffinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van afstraffen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afstraffing
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afstraffingen | meervoud | afstraffing |
| afstraffinkje | verkleinwoord | afstraffing |
| afstraffinkjes | verkleinwoord meervoud | afstraffing |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstraffing zijn vastgelegd.