afsteker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die iets laat branden
- kleine schop waarmee je de randen van een grasveld kunt rechtmaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afstekers | meervoud |
| afstekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afstekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afsteken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afsteker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afstekers | meervoud | afsteker |
| afstekertje | verkleinwoord | afsteker |
| afstekertjes | verkleinwoord meervoud | afsteker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afsteker zijn vastgelegd.