afspringen
werkwoordBetekenis
- van boven naar beneden springen
- ergens plotseling vanaf gaan
- plotseling afbreken
werkwoord
- raken met een wapen of projectiel zonder dat het doel beschadigd wordt
Vervoeging van afspringen
afspringenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van af en springen
Woordfamilie van afspringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgesprongen | woordvorm | afspringen |
| afspring | with-subordinate-clause | afspringen |
| afspringe | with-subordinate-clause | afspringen |
| afspringend | woordvorm | afspringen |
| afspringende | woordvorm | afspringen |
| afspringt | with-subordinate-clause | afspringen |
| afsprong | with-subordinate-clause | afspringen |
| afsprongen | with-subordinate-clause | afspringen |
| spring af | woordvorm | afspringen |
| springe af | woordvorm | afspringen |
| springen af | woordvorm | afspringen |
| springt af | woordvorm | afspringen |
| sprong af | woordvorm | afspringen |
| sprongen af | woordvorm | afspringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afspringen zijn vastgelegd.