afscheidstoespraak
zelfstandig naamwoord ˈɑfsxɛɪtstusprakBetekenis
- de rede die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
- de rede die voor iemand gehouden wordt bij zijn of haar vertrek, aftreden of overlijden
Hoe spreek je afscheidstoespraak uit?
/ˈɑfsxɛitstusprak/
Afscheidstoespraak bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| u | boek |
| p | pak |
| r | rood |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afscheidstoespraakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afscheidstoespraakjes | verkleinwoord, meervoud |
| afscheidstoespraken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van afscheid zn en toespraak zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van afscheidstoespraak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afscheidstoespraakje | verkleinwoord | afscheidstoespraak |
| afscheidstoespraakjes | verkleinwoord meervoud | afscheidstoespraak |
| afscheidstoespraken | meervoud | afscheidstoespraak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afscheidstoespraak zijn vastgelegd.