afronden
werkwoord ˈɑfrɔndə(n)Betekenis
- het vervangen van een getal met te veel decimalen door het meest dichtbije getal met het gewenste aantal decimalen
- vervolmaken, afmaken, voltooien, afsluiten
- scherpe hoeken rond maken
Hoe spreek je afronden uit?
/ˈɑfrɔndən/
Afronden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- vervolmaken, afmaken, voltooien, afsluiten, completeren, complementeren transitive
- iets vervolledigen, iets afmaken
Vervoeging van afronden
afrondenhele werkwoord — rondde afverleden tijd enkelvoud — rondden afverleden tijd meervoud — afgerondvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rond af | rondde af |
| jij | rondt af | rondde af |
| hij, zij, het | rondt af | rondde af |
| wij | ronden af | rondden af |
| jullie | ronden af | rondden af |
| zij | ronden af | rondden af |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| af te ronden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| af te zullen ronden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| af zal ronden | bijzin, toekomende tijd |
| af zou ronden | bijzin, voorwaardelijk |
| af zouden ronden | bijzin, voorwaardelijk |
| af zoudt ronden | bijzin, voorwaardelijk |
| af zullen ronden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| af zullen ronden | bijzin, toekomende tijd |
| af zult ronden | bijzin, toekomende tijd |
| afgerond | verleden tijd, deelwoord |
| afgerond te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgerond te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgerond te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgerond te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgerond te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgerond worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgerond zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgerond zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgerond zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgerond zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afrond | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afrondde | bijzin, verleden tijd |
| afrondden | bijzin, verleden tijd |
| afrondend | onvoltooid, deelwoord |
| afrondt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is afgerond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was afgerond | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd afgerond | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt afgerond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal afgerond worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal afgerond zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou afgerond worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou afgerond zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had afgerond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had afgerond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden afgerond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden afgerond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgerond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond af | gebiedende wijs |
| rondde af | verleden tijd |
| te hebben afgerond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen afronden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgerond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgerond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was afgerond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was afgerond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was afgerond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt afgerond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt afgerond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal afgerond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgerond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal afronden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt afgerond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou afronden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) afronden af zou(dt) ronden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden afronden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt afgerond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgerond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt afronden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afgerond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgerond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgerond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgerond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afronden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afronden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen afronden | bijzin, toekomende tijd |
| zult afgerond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van af bw en ronden ww
Woordfamilie van afronden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afrond | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afronden |
| afrondde | subordinate-clause, verleden tijd | afronden |
| afrondden | subordinate-clause, verleden tijd | afronden |
| afronde | with-subordinate-clause | afronden |
| afrondt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afronden |
| rond af | gebiedende wijs | afronden |
| rondde af | verleden tijd | afronden |
| rondden af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | afronden |
| ronde af | woordvorm | afronden |
| ronden af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | afronden |
| rondt af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | afronden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afronden zijn vastgelegd.