afmaker
zelfstandig naamwoord ˈɑfmakərBetekenis
- iemand die een actie succesvol voltooit
- in een komisch duo degene die de pointe plaats
- iemand die een ander persoon of dier afmaakt, een moordenaar, een doder
Hoe spreek je afmaker uit?
/ˈɑfmakər/
Afmaker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afmakers | meervoud |
| afmakertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afmakertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afmaken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afmaker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afmakers | meervoud | afmaker |
| afmakertje | verkleinwoord | afmaker |
| afmakertjes | verkleinwoord meervoud | afmaker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afmaker zijn vastgelegd.