afkoop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɑfkopBetekenis
- betaling van een bedrag om een verplichting te beëindigen, of om van gezeur (afpersing) af te zijn
Hoe spreek je afkoop uit?
/ˈɑfkop/
Afkoop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afkopen
Vervoeging van afkoop
afkoophele werkwoord
Herkomst
naamwoord van handeling van afkopen ww