afkopen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɑfkopə(n)Betekenis
- geld betalen zodat er geen schuld of verplichting meer is
- (vooral bij een lijfrente) het accepteren van een afkoopsom in ruil voor het beëindigen van een verplichting
- (Volgens de eerste definitie koopt dus eigenlijk de verzekeraar de lijfrente af.)
Hoe spreek je afkopen uit?
/ˈɑfkopən/
Afkopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het accepteren van een afkoopsom in ruil voor het beëindigen van een verplichting
Vervoeging van afkopen
afkopenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord afkoop
Herkomst
samenstelling van af en kopen
Woordfamilie van afkopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgekocht | woordvorm | afkopen |
| afgekochte | woordvorm | afkopen |
| afkocht | with-subordinate-clause | afkopen |
| afkochten | with-subordinate-clause | afkopen |
| afkoopt | with-subordinate-clause | afkopen |
| afkope | with-subordinate-clause | afkopen |
| afkopend | woordvorm | afkopen |
| afkopende | woordvorm | afkopen |
| kocht af | woordvorm | afkopen |
| kochten af | woordvorm | afkopen |
| koop af | woordvorm | afkopen |
| koopt af | woordvorm | afkopen |
| kope af | woordvorm | afkopen |
| kopen af | woordvorm | afkopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkopen zijn vastgelegd.