afhaker
zelfstandig naamwoord ˈɑfhɑkərBetekenis
- iemand die zijn plannen niet ten uitvoer brengt; iemand die niet meer meedoet met een geplande activiteit
Hoe spreek je afhaker uit?
/ˈɑfhɑkər/
Afhaker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| h | hoed |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afhakers | meervoud |
| afhakertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afhakertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afhaken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afhaker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afhakers | meervoud | afhaker |
| afhakertje | verkleinwoord | afhaker |
| afhakertjes | verkleinwoord meervoud | afhaker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afhaker zijn vastgelegd.