afdeling
zelfstandig naamwoord /ˈɑfdelɪŋ/Betekenis
- groep van werknemers die aan dezelfde taken werken, een deel van een bedrijf
- gedeelte van een groep
- deel van een ziekenhuis of verpleegafdeling
Hoe spreek je afdeling uit?
/ˈɑfdelɪŋ/
Afdeling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- groep van werknemers die aan dezelfde taken werken, een deel van een bedrijf of organisatie
- deel van een organisatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afdelingen | meervoud |
| afdelinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afdelinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van het verouderde werkwoord afdelen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afdeling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afdelingen | meervoud | afdeling |
| afdelinkje | verkleinwoord | afdeling |
| afdelinkjes | verkleinwoord meervoud | afdeling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afdeling zijn vastgelegd.