afdak
zelfstandig naamwoord ˈɑvdɑkBetekenis
- een schuin van een gebouw uitstekend stuk dak dat beschutting verleent aan de buitenmuur
Hoe spreek je afdak uit?
/ˈɑvdɑk/
Afdak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| v | vis |
| d | dak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afdaken | meervoud |
| afdakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afdakjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van het Duits abdach
Woordfamilie van afdak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afdaken | meervoud | afdak |
| afdakje | verkleinwoord | afdak |
| afdakjes | verkleinwoord meervoud | afdak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afdak zijn vastgelegd.