afbreker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die iets kapot maakt of vernietigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afbrekers | meervoud |
| afbrekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afbrekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afbreken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afbreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afbrekers | meervoud | afbreker |
| afbrekertje | verkleinwoord | afbreker |
| afbrekertjes | verkleinwoord meervoud | afbreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afbreker zijn vastgelegd.