activeren
werkwoordBetekenis
- werkzaam maken
Vervoeging van activeren
activerenhele werkwoord — activeerdeverleden tijd enkelvoud — activeerdenverleden tijd meervoud — geactiveerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | activeer | activeerde |
| jij | activeert | activeerde |
| hij, zij, het | activeert | activeerde |
| wij | activeren | activeerden |
| jullie | activeren | activeerden |
| zij | activeren | activeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| activeer | gebiedende wijs |
| activeerde | verleden tijd |
| activere | aanvoegende wijs |
| activerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geactiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geactiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geactiveerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geactiveerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geactiveerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geactiveerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geactiveerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geactiveerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geactiveerd | verleden tijd, deelwoord |
| geactiveerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geactiveerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geactiveerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geactiveerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geactiveerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geactiveerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geactiveerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geactiveerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geactiveerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geactiveerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geactiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geactiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geactiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geactiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geactiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te activeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geactiveerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen activeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geactiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geactiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geactiveerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geactiveerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geactiveerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geactiveerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geactiveerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt activeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geactiveerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geactiveerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen activeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult activeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geactiveerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geactiveerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geactiveerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanwakkeren’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van activeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| activeer | gebiedende wijs | activeren |
| activeerde | verleden tijd | activeren |
| activeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | activeren |
| activeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | activeren |
| activere | aanvoegende wijs | activeren |
| geactiveerd | voltooid deelwoord | activeren |
| geactiveerde | woordvorm | activeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van activeren zijn vastgelegd.