aardrijkskundige
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die de relatie tussen mensen en hun natuurlijke omgeving vanuit een ruimtelijk perspectief bestudeert, en de natuurlijke gesteldheid van de bodem bestudeert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aardrijkskundigen | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van aardrijkskundig
Herkomst
Afgeleid van aardrijkskundig met het achtervoegsel -e.
Woordfamilie van aardrijkskundige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aardrijkskundigen | meervoud | aardrijkskundige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aardrijkskundige zijn vastgelegd.