aanranding
zelfstandig naamwoord ˈanrɑndɪŋBetekenis
- het lastigvallen, een fysieke aanval
- een fysieke aanval op iemand met als doel seksuele handelingen af te dwingen
- (Nederlands Wetboek van Strafrecht, § 246) Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Hoe spreek je aanranding uit?
/ˈanrɑndɪŋ/
Aanranding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- aantasting obsolete
- Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanrandingen | meervoud |
| aanrandinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanrandinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van 'aantasting (van een verdrag, de vrijheid, waardigheid e.d.)’, voor het eerst aangetroffen in 1729, zie vindplaats hieronder.
Woordfamilie van aanranding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanrandingen | meervoud | aanranding |
| aanrandinkje | verkleinwoord | aanranding |
| aanrandinkjes | verkleinwoord meervoud | aanranding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanranding zijn vastgelegd.