zwin
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verdieping in het zand van het strand evenwijdig aan de kust
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwinnen | meervoud |
| zwinnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwinnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘kreek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1028
Woordfamilie van zwin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwinnen | meervoud | zwin |
| zwinnetje | verkleinwoord | zwin |
| zwinnetjes | verkleinwoord meervoud | zwin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwin zijn vastgelegd.