zwiepplank
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een doorbuigende plank die aan de uiteinden ondersteund wordt als toestel voor gymnastische oefeningen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwiepplanken | meervoud |
| zwiepplankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwiepplankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwiep ww en plank
Woordfamilie van zwiepplank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwiepplanken | meervoud | zwiepplank |
| zwiepplankje | verkleinwoord | zwiepplank |
| zwiepplankjes | verkleinwoord meervoud | zwiepplank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwiepplank zijn vastgelegd.