zwieper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een snelle en ongecontroleerde beweging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwiepers | meervoud |
| zwiepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwiepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van zwiepen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zwieper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwiepers | meervoud | zwieper |
| zwiepertje | verkleinwoord | zwieper |
| zwiepertjes | verkleinwoord meervoud | zwieper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwieper zijn vastgelegd.