zwenghout
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dwarshout aan de voorzijde van een kar waaraan de paarden vastgemaakt worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwenghouten | meervoud |
| zwenghoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwenghoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zweng ww en hout (verouderd werkwoord zwengen)
Woordfamilie van zwenghout
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwenghouten | meervoud | zwenghout |
| zwenghoutje | verkleinwoord | zwenghout |
| zwenghoutjes | verkleinwoord meervoud | zwenghout |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwenghout zijn vastgelegd.