zwemleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zwemles geeft, iemand die anderen beroepsmatig leert zwemmen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwemleraars | meervoud |
| zwemleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwemleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
| zwemleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwemmen ww en leraar
Woordfamilie van zwemleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwemleraars | meervoud | zwemleraar |
| zwemleraartje | verkleinwoord | zwemleraar |
| zwemleraartjes | verkleinwoord meervoud | zwemleraar |
| zwemleraren | meervoud | zwemleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwemleraar zijn vastgelegd.