zwadder
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- spog van een slang, gespuwd gif
- slijm van een aal
- venijnige laster
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwadders | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwadderen
- gebiedende wijs van zwadderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwadderen
Vervoeging van zwadder
zwadderhele werkwoord
Woordfamilie van zwadder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwadders | meervoud | zwadder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwadder zijn vastgelegd.