zwaanshals
zelfstandig naamwoord ˈzwanshɑlsBetekenis
- lange, gebogen verbinding tussen de romp en het hoofd
- heraldisch element in de vorm van een hals van een zwaan
- gebogen pijp bedoeld om water buiten een uitlaat te houden of stank tegen te gaan
- benaming voor stang of buis met een S-vorm
Hoe spreek je zwaanshals uit?
/ˈzwanshɑls/
Zwaanshals bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwaanshalsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwaanshalsjes | verkleinwoord, meervoud |
| zwaanshalzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwaan en hals met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zwaanshals
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwaanshalsje | verkleinwoord | zwaanshals |
| zwaanshalsjes | verkleinwoord meervoud | zwaanshals |
| zwaanshalzen | meervoud | zwaanshals |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwaanshals zijn vastgelegd.