zuil
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vrijstaand dragend bouwkundig object met grote lengte en beperkte ronde doorsnede
- groep mensen die binnen een samenleving verenigd zijn door hun religieuze of politieke overtuiging
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zuilen | meervoud |
| zuiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zuiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘pilaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van zuil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuilen | meervoud | zuil |
| zuiltje | verkleinwoord | zuil |
| zuiltjes | verkleinwoord meervoud | zuil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuil zijn vastgelegd.