zuidvrucht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een fruitsoort die in de Benelux vanuit het zuiden gewoonlijk in gedroogde vorm ingevoerd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zuidvruchten | meervoud |
| zuidvruchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zuidvruchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zuid en vrucht
Woordfamilie van zuidvrucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuidvruchten | meervoud | zuidvrucht |
| zuidvruchtje | verkleinwoord | zuidvrucht |
| zuidvruchtjes | verkleinwoord meervoud | zuidvrucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuidvrucht zijn vastgelegd.