zuchtigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het lijden aan een abnormale zucht naar iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zuchtigheden | meervoud |
| zuchtigheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zuchtigheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van zuchtig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van zuchtigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zuchtigheden | meervoud | zuchtigheid |
| zuchtigheidje | verkleinwoord | zuchtigheid |
| zuchtigheidjes | verkleinwoord meervoud | zuchtigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuchtigheid zijn vastgelegd.