zoutzak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vormeloze zak met zout
- een futloos persoon zonder wilskracht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoutzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoutzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| zoutzakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zout zn en zak zn
Woordfamilie van zoutzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoutzakje | verkleinwoord | zoutzak |
| zoutzakjes | verkleinwoord meervoud | zoutzak |
| zoutzakken | meervoud | zoutzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoutzak zijn vastgelegd.