zorgperiode
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de periode waarin iemand zorg krijgt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zorgperioden | meervoud |
| zorgperiodes | meervoud |
| zorgperiodetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zorgperiodetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zorg en periode
Woordfamilie van zorgperiode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zorgperioden | meervoud | zorgperiode |
| zorgperiodes | meervoud | zorgperiode |
| zorgperiodetje | verkleinwoord | zorgperiode |
| zorgperiodetjes | verkleinwoord meervoud | zorgperiode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zorgperiode zijn vastgelegd.